Evert Hendrik Starink (1948 Driebergen)
“Daarom dient zowel de jongere als de oudere zich met filosofie bezig te houden – de laatste opdat hij ondanks het klimmen der jaren als een jonge man het goede leven geniet doordat hij met dankbaarheid terug denkt aan wat geweest is, de eerste opdat hij tegelijkertijd jong en oud is doordat hij vrij is van de vrees voor wat komen gaat”. (Epicurus)
Kort na mijn geboorte zijn mijn ouders met hun kinderen verhuisd naar Rotterdam alwaar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Ik heb Rotterdam opgebouwd zien worden tot wat het nu is: niet echt een mooie stad maar wel een stad met een tomeloze energie voor wie die energie kan voelen en wil zien.
Na de HBS-B te hebben afgelopen (1966) ben ik rechten gaan studeren. Reeds in het begin van die studie raakte ik geboeid door met name het historisch materialisme van Marx: de opvatting dat wat wij aanduiden als cultuur in de breedste zin des woords zijn grond vindt in de economische omstandigheden en de ontwikkeling daarvan.
Na afronding van mijn studie (1973) ben ik gaan werken bij de Belastingdienst. Eerst heb ik vijf jaar vanuit Nederland de douane-unie van de toenmalige EEG helpen opbouwen als Nederlands vertegenwoordiger in diverse ambtelijke gremia in Brussel. Later heb ik diverse management-functies bekleed binnen de Belastingdienst op diverse plekken in het land. Vijf jaar geleden heb ik dat management verlaten en ben ik mij gaan wijden aan beleidsadvisering en het overbrengen van kennis en ervaring aan jonge(re) douane-ambtenaren. Tevens ben ik gaan lesgeven aan de Erasmus-universiteit op mijn eigenlijk vakgebied: Douane en Europa.
Ik ben voornemens om begin 2011 met pensioen te gaan.
In al die jaren heeft de filosofie mij niet verlaten. In de jaren zeventig raakte ik geboeid door het boek Zen en de Kunst van het Motoronderhoud van Robert Pirsig – naar mijn mening een boek dat perfect een brug legt tussen “dagelijks leven” en de filosofische beschouwing ervan zonder te vervallen in moeilijke theoretisch-filosofische uiteenzettingen.
Eind jaren ’90 heb ik een oud boerderijtje aangeschaft in Frankrijk. En kwam ook de breedte en diepte van de filosofie in beeld. Ik heb het opknappen van dat boerderijtje afgewisseld met mij verdiepen in de filosofie. Eerst door het aandachtig lezen van algemene boeken over filosofie (Halteplaats Plato door Klaus Held). Gaandeweg door mij meer te gaan verdiepen in filosofen die mij in het bijzonder aanspreken: Epicurus, de Stoicijnen, Aristoteles.
De opkomst van de filosofie van de levenskunst sinds ongeveer het jaar 2000 betekent voor mij onder meer een integratie tussen praktisch bezig zijn en nadenken over d “theorie” van het leven. Schrijvers als Wilhelm Schmid (“Filosofie van de Levenskunst”) en Joep Dohmen (“Tegen de Onverschilligheid”) helpen mij daarbij en wijzen mij de weg naar andere filosofen.
De laatste jaren ben ik ook bezig met mij te verdiepen in kunst (schilderen en beeldhouwen). Zowel mijn flat in Rotterdam als mijn huis in Frankrijk wil ik een ontmoetingsplaats laten zijn van mensen die geïnteresseerd zijn in hun eigen leven en van kunstenaars.
 |