Het beoefenen van Levenskunst is beduidend meer dan een shot “Tjakka!” ophalen bij een verkoper van eéndaagse feel-good cursussen. Schmid laat duidelijk zien in zijn boek dat alles begint met de nog niet eens zo eenvoudige vraag wat je eigen leven eigenlijk is. En waarom je er richting en sturing aan zou kunnen of moeten geven. Vervolgens gaat hij uiterst secuur na waar je je aandacht op zou kunnen richten: gewoontes veranderen, nieuwe gewoontes ontwikkelen. Hij verkent vervolgens een aantal ‘levensdomeinen’ die je zou kunnen beschouwen met het oog op die gewoonteontwikkeling. Daarin is hij opvallend modern: ook Cuberspace en Ecologie zijn zulke domeinen – naast de meer traditionele domeinen als vriendschap, werk en dergelijke. Verrassend is ook dat hij aandacht schenkt aan grondhoudingen als melancholie, ironie en ‘negatief denken’- naast gelukkig ook opgewektheid. Een rijk en Duits-grondig boek!
In dit boek voert Joep Dohmen een pleidooi tegen onverschilligheid en voor levenskunst. Vandaag hebben we een geloofwaardig antwoord nodig op de vraag naar het goede leven. Levenskunst kan daarbij helpen door inzicht te bieden in problemen waar iedereen mee te maken krijgt, zoals lijden en ziekte, passie en liefde, het noodlot en de dood.
Dohmen schrijft aanvallend: op diverse momenten stort hij fiolen van toorn uit over moderne levensuitingen, over “feel-good therapieën” etc. Die doen je bijna beschaamd worden over wat je er van terecht brengt in je eigen leven. Uiteindelijk gaat levenskunst over de houding waarmee je in het leven staat, en van waaruit je het goede leven leidt.
Centraal in de opvatting van Dohmen staat dat je op zoek moet gaan naar je eigen ‘authenticiteit’. Een begrip dat mijns inziens in zijn boek nog wat onduidelijk blijft. Maar dat kan natuurlijk ook liggen aan mij…
'Tegen de Onverschilligheid' is een behoorlijke pil. Inmiddels heeft Dohmen een soort samenvatting het licht doen zien: Het Leven als Kunstwerk. Maar ga nu niet alleen de gemakkelijke weg volgen door alleen die dunnere uitgave te lezen!
“We zijn het aan onszelf verplicht om goed te leven, niet om goede boeken te schrijven, veldslagen te winnen en gewesten te veroveren, maar om kalmte en rust te vinden bij de dingen die wij doen.” - Montaigne.
Het boek draagt als ondertitel: een filosofische reisgids door de antieke wereld. En dat is het in meerdere opzichten. Held begint in het antieke Griekenland bij de Pre-Socraten waar het ordelijk nadenken over de mens en de wereld is begonnen. Vervolgens voert hij ons langs alle grote Westerse filosofen tot en met Augustinus en Boethius toe.
Steeds weer plaatst hij die filosofen in hun tijd en in de omgeving waarin zij gefilosofeerd hebben. Beschrijvingen van gebouwen en van ruines maken dat je als het ware die filosofen in hun eigen tijd en omgeving bezig ziet. Vanzelf raak je in gesprek met hen. Held helpt je daarbij door ook te laten zien dat bepaalde begrippen in de tijd behoorlijk zijn veranderd zijn en afgesleten: de stoïcijnse a-pathie bijvoorbeeld is inmiddels mijlen verwijderd van wat wij vandaag ‘apathie’ noemen.
Trefpunt Plato is een uitstekende inleiding in onze moderne westerse filosofie.
Je moet wel verschrikkelijk veel lef hebben om in de huidige tijd van vertier een vuistdikke studie te publiceren over verveling. Awee Prins heeft dat aangedurfd. Sterker nog: hij is op zijn studie gepromoveerd aan de Erasmus-universiteit. Met ‘Uit verveling’ heb je een stevige studie in handen naar een verschijnsel waarvan vele mensen zullen zeggen dat het niet op hen van toepassing kan zijn.
Toch is het de moeite waard om het boek te lezen – al was het maar om eerlijk bij jezelf na te gaan om je je echt nooit verveelt. Zeker de eerste circa 150 pagina’s geven je inzicht in het verschijnsel. En als je onder ogen durft te zien dat de zondagmiddag niet steeds vol van vertier is, geeft Prins je met zijn studie handvatten om die zondagmiddag door te komen als uiteindelijk een middag die ook bij het gewone leven hoort
De studie is diepgravend. Met name het middengedeelte is een stevige kluif. Daarin gaat Prins na wat Heidegger over het onderwerp te melden heeft. En dan komen we in aanraking met een – in mijn ogen – nogal duistere filosoof. Jammer is dat Prins de veelvuldige citaten van Heidegger onvertaald laat – terwijl hij wel zo vriendelijk is om alle andere citaten (ook van andere Duitsers) voor de lezer te vertalen.
In zijn als inleidend bedoeld werk voert Bor ons langs ongeveer 2500 jaar filosofie. En dan niet alleen de westerse filosofie maar ook de Indiase en Chinese filosofie. Voorwaar geen geringe opgave om te volbrengen in 175 pagina’s.
Toch slaagt Bor ten volle in zijn klus. Dat komt omdat voor Jan Bor filosofie meer is dan alleen liefde tot wijsheid: uit bijna elke pagina blijkt dat hij domweg verliefd is op filosofie. Het boek tintelt van verliefdheid.
Ik adviseer om het boek van Jan Bor te lezen in combinatie met Trefpunt Plato van Klaus Held. Er voor of er na. Misschien zelfs gelijktijdig.